Baanregels in het kort

om een ronde voor een ieder zo plezierig mogelijk te maken

  1. Eén bal per flight in de spiraal, als tenminste één persoon van die flight aanwezig is.
  2. Klaar staan als de voorgaande flight afslaat en wachten met afslaan op hole 1 tot de voorgaande flight op de green is [*]. Start niet met een vierbal als u weet dat door de hoogte van handicap of om andere redenen niet vlot doorgespeeld kan worden.
  3. Houd aansluiting met de voorgaande flight en laat snellere spelers door. [*]. Als u als vierbal de doorstroming dreigt te belemmeren, splits dan in twee tweeballen
  4. Starten op hole 10 mag met maximaal een driebal, mits er ruimte is en er niemand gestoord wordt. Spelers op hole 9 die op hole 10 verder spelen, hebben altijd voorrang.
  5. Als u na 9 holes stopt, neem dan bij de tee van hole 9 een oranje vlag mee. Spelers kunnen dan zien dat ze bij hole 10 kunnen afslaan zodra de voorgaande flight de green van hole 10 heeft bereikt.
  6. Houd de route van de baan aan, doorsteken is storend.
  7. Spelers behoren altijd greenkeepers die binnen bereikbare afstand zijn te waarschuwen en te wachten tot de greenkeepers een ok sein geven. [*]
  8. Help mee de baan mooi te houden, leg plaggen zorgvuldig terug in het geslagen gat, rijd met uw trolley niet tussen de green en bunkers of naburige oevers, hark de bunkers goed aan en repareer minimaal 1 pitchmark op iedere green. [*]
  9. Volg de aanwijzingen van onze marshals op
  10. Wees tolerant naar elkaar en denk altijd, hoe zou ik het vinden als…..

[*] Ook in hoofdstuk ‘Etiquette; gedrag op de baan’Golfregels NGF en R&A,2016

Bestuur, juli 2017

Terug naar vorige pagina